Een straf was in dit geval wel op zijn plaats. Maar als samenleving schiet je met deze ontruiming echt niets op.

Paulien is al langere tijd werkzaam in de hulpverlening in Amsterdam West. Ze werkte op verschillende plekken in het stadsdeel.
Via Mentrum komt Ans bij haar terecht. Ans is een suïcidale vrouw van even in de zestig. Ondanks dat is ze wel wilsbekwaam.Ze heeft een dochter van 27 jaar die bij haar vriend woont.


Ans houdt er in haar woning een wietplantage op na van ongeveer 50 planten. Voor eigen gebruik, maar ook om geld te verdienen.

Op een moment wordt dat ontdekt en beëindigt de woningbouwvereniging
de huurovereenkomst met Ans. De woning zal worden ontruimd. Paulien gaat op zoek naar mogelijkheden om Ans tijdig te herhuisvesten, endat is het begin van een hoop verwarring en ellende.

“Om een woning te huren, moet je te boek staan als een goede huurder”, vertelt Paulien. “Nu, dat was Ans door het hele gebeuren niet meer. Door de wietplantage heeft ze het etiket van slechte huurder op zich. Geen enkele woningbouw wil dus meewerken om zo iemand te huisvesten. In het vonnis van de rechter staat dat de coöperatie wel mee wil werken. Dat had er op die manier niet in moeten staan – omdat dit valse hoop gaf. Maar dat is zo detaillistisch dat een rechter dat weer niet weet.”

Voordat het zo ver is, doet Paulien al het mogelijke om toch nog vervangende woonruimte voor Ans te vinden. Een collega van haar schiet daarbij te
hulp – het team van Paulien opereert vaak in duo’s. Het lukt de collega wonderbaarlijk genoeg om een verklaring van goed huurderschap voor Ans te regelen. Maar dat is pas nadat er allang een vonnis van de rechtbank is. Het mag niet meer baten. Ontruiming zal binnen twee maanden gaan plaatsvinden.

“Op zich kan ik me als hulpverlener wel vinden in het standpunt van de woningbouwcoöperatie”, verzucht Paulien. “Hun woningen zijn niet verzekerd als zich daar een wietplantage in bevindt. Dat kun je niet maken richting de andere huurders. Ja, een straf was in dit geval wel op zijn plaats. De andere kant van het verhaal is, dat de samenleving met deze ontruiming echt niets opschiet. Met een strafvonnis waren we sneller klaar geweest. Ans had dan bijvoorbeeld een maand kunnen zitten, en weer terug kunnen keren naar haar woning. Daarnaast heeft ze de leeftijd om in aanmerking te komen voor een seniorenwoning. Een kleine seniorenwoning was ook een mogelijkheid geweest. Iets van 30 vierkante meter, zodat ze er in ieder geval geen plantjes meer kan verbouwen.”

Door haar psychiatrische problematiek is Ans razend. Boos op Paulien, boos op de woningbouw, boos op de rechtbank. Iedereen bejegent haar onheus in haar beleving. Dat resulteert met grote regelmaat in suïcidale neigingen. Al haar spullen belanden bij de ontruiming op straat. Ze is vrijwel alles kwijt als ze onderdak zoekt bij haar dochter.

Tussen de bedrijven door zoekt Paulien hulp bij het SOHOS team. “Daar wordt bevestigd dat we juist hebben gehandeld. Zij gaven aan de stappen te doorlopen, die we al doorlopen hadden”, legt Paulien uit. “Het heeft me in die zin niet verder geholpen. Behalve dan dat ik Ans kon laten zien dat ik werkelijk alles geprobeerd heb. Ik vond het ook een juiste en zorgvuldige handelwijze. Ik wilde in dit geval zeker weten dat ik niks over het hoofd had gezien.”

Mevrouw woont nog steeds bij haar dochter. Ze vermijdt ieder contact met de hulpverlening. “Mijn telefoontjes wimpelt ze af”, vervolgt Paulien. “Als hulpverlener ben ik in deze zaak niet verder gekomen. In dit verhaal maak ik me vooral zorgen hoe het verder moet met de dochter en haar vriend, met hun relatie. Het valt niet mee om met iemand te leven, die zulke zware psychische problemen heeft. Voor de dochter kan ik helaas niets betekenen. Ze woont niet in Amsterdam. Ik hoop dat zij zelf tijdig naar hulp zal gaan zoeken.”

Lees andere verhalen uit ‘Voorbij het voorstelbare’